De geschiedenis van het schermen

De eerste vechters met zwaarden die deze wapens in vredestijd als attractie en vermaak hanteerden waren de Egyptenaren, zo’n 2500 jaar voor Chr. Het meer bekende vroege voorbeeld zijn de gladiatoren. Bij de Etrusken, die in de oudheid leefden in Italië, was het gebruikelijk dat bij de begrafenis van een belangrijk man een schijngevecht werd gehouden door gewapende gemaskerde mannen. Zij beelden er het gevecht mee uit van demonen en geesten om de ziel van de gestorvene. In de Romeinse tijd werd dit ritueel steeds meer een volksvermaak en waren de gevechten op leven en dood. De gladiator dankt zijn naam aan het gebruik van de gladius. Dit was het korte romeinse steekzwaard.

Ridders
Tot aan de late middeleeuwen bleef het dragen en gebruiken van het zwaard een zaak van militairen en edelen. Het zwaard onderscheidde de edelman van de gewone burger. Duels buiten oorlogshandelingen om kwamen voor in de vorm van riddertoernooien en tribunale duels. Bij deze vorm van duelleren zou de wil van God de uitkomst en dus de gerechtigheid bepalen. Een bekend voorbeeld hiervan is te lezen in het verhaal Ivanhoe.



De nieuwe adel
Rond 1450 ontstond er een nieuwe hoge klasse, die net zoveel en soms meer macht verwierf dan de echte adel. Dit had te maken met de opkomst van Gilden. Steden en stadsbesturen kregen steeds meer macht. Deze nieuwe edelen wilden zich net zo onderscheiden als de adel tot dan gedaan had. Het werd steeds gebruikelijker om een zwaard te dragen. Ook in het dagelijks leven. In de begindagen leek het zwaard erg op een militair zwaard, maar het werd allengs een meer sierlijke en gedecoreerd ornament van een man van stand. Het kreeg de naam rapier.
In de schermschool van de late middeleeuwen leerde men omgaan met allerlei wapens. De groei van het aantal zwaarddragende personen deed de vraag naar zwaardvechtlessen sterk stijgen.
In Spanje wordt een eerste gesystematiseerde manier van zwaardvechten geleerd. Dit was een vrij defensieve manier van vechten, die er uit bestond de wild aanvallende tegenstander met een uitgestrekte gewapende arm in de punt te laten lopen door op een torreroachtige manier voor hem opzij te stappen. Deze stappen werden vanuit een geometrisch schema aangeleerd.

Italiaanse meesters
Het Spaanse zwaardvechten was buiten Spanje echter niet erg populair. Dit gold niet voor de ontwikkelingen in Italië. De bakermat van de Renaissance mag tevens gezien worden als die van het schermen.
Aan het begin van de 16e eeuw werden diverse boeken uitgebracht over het gebruik van het blanke wapen.
Deze werden geschreven door Italiaanse meesters als Marozzo, Agrippa en Capoferro
De Italiaanse stijl van schermen ging de trend van duelleren bepalen in geheel Europa. Er ontstond dankzij de publicaties een algemeen geaccepteerde duelleercode. Het duelleren werd steeds gebruikelijker onder de hoge klasse. Een man moest zich kunnen beschermen om te kunnen overleven. Zwaardvechten in vredestijd werd
schermen genoemd. Als een jongeheer schermles nam, leerde hij omgaan met de rapier in combinatie met wat hij verder nog bij zich zou kunnen dragen zoals een vuistschild, dolk of mantel.
 
Een bloedige gekte
Het duelleren werd hoe langer hoe meer een gekte en bereikte haar hoogtepunt zo rond 1600. Naar schatting zijn er tussen de jaren 1590 en 1610 in Frankrijk alleen al rond de 4000 heren van stand “over de kling gejaagd”.
Schermers waren tot in de beginjaren van de 17e eeuw gewoon om vanuit passen slagen en steken te maken. Inmiddels groeide het gebruik om zijwaarts of voorwaarts uit te stappen. Dit werd de uitval genoemd. In 1610 publiceerde Capoferro de Gran Simolacro, een boek over schermen. Hij stond een stijl van schermen voor waarbij de schermers meer op één lijn bewegen. Hij legde de nadruk op snelheid van handeling en tempowisseling. Deze stijl vond algemene navolging, net als het schermen met alleen de rapier.
 
De hoofse tijd
Rond 1630 werd  de aandacht van Italië naar Frankrijk verlegd. We zijn nu in de pruikentijd. De Fransen hebben tevens het schermen veranderd. De bewegingen, die de Franse schermmeesters leerden, waren meer afgepast en er werd nauwelijks nog geslagen met de rapier. Dit wapen onderging ook een verandering. Het werd korter en had eigenlijk alleen nog een scherpe punt die met het grootste gemak iemand doorboorde zodat die “hartsteken (hartstikke) dood was”. Het kreeg de naam korte degen.
Hiernaast drie gevesten van korte degens uit de 17e eeuw die toen  in het grootste gedeelte van Europa in gebruik kwamen. Daarnaast de rapier met de linkerhanddolk “main-gauche” die in Italië en Spanje nog enige tijd in gebruik bleef.

Etiket en gedragscodes
Het hoofse leven van de Franse tijd stond stijf van de etiquette en de formaliteiten. In deze tijd werd bedacht dat, voordat men elkaar overhoop ging steken, het opportuun was eerst even beleefd te groeten. Deze schermgroet bestaat nog steeds.
Het duelleren met degens tot de dood nam in populariteit af mede door de opkomst van het dan steeds preciezere pistool. Aan het eind van de 18e eeuw raakte ook het dragen van een degen uit de mode.

De academie
Het schermen werd wel voortgezet maar dan als opvoedkundige en recreatieve beschaafde bezigheid. Men droeg maskers en er werd geoefend met floretten, die licht waren en voorzien waren van een dopje om ernstige verwondingen te voorkomen. Men leerde schermen in schermacademies en de schermles werd zeer belangrijk geacht voor een man van stand. Het schermen verloor steeds meer aan realiteitswaarde voor het “duel tot de dood”. Het duel om de eer op deze wijze te redden was een zeldzaam en streng verboden  fenomeen geworden in de 19e eeuw. De tweestrijd  zelf duurde tot het eerste bloed vloeide en had, anders dan in de hoogtijdagen van het duel, zelden nog een dodelijke afloop. Het schermen was definitief een spel met degens geworden.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
HollandSchermen.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design fifty50 design